[Longread] De sociale zekerheid onder de loep deel 3

Na het fileren van de huidige Sociale Zekerheid en het vastleggen van een nieuwe Sociale Zekerheid wordt het langzamerhand tijd om te bewijzen dat een nieuw stelsel een haalbare kaart is. Het belangrijkste argument van de tegenstanders van verandering is standaard de onbetaalbaarheid. Een argument waarmee ze de belastingbetalende burger schrik aanjagen. Onze doelstelling is een open discussie op basis van feiten die voor iedereen te begrijpen zijn. En daar zit de crux waar veel voorstanders mee kampen. De afgelopen jaren is er enorm veel geschreven en gepubliceerd over het basisinkomen, een vorm van een nieuw stelsel Sociale Zekerheid. Wij constateren dat het de voorstanders tot op de dag van vandaag niet is gelukt om met name de berekeningen inzichtelijk te maken voor de gewone man. En dat willen wij doorbreken. Ik geef het toetsenbord nu dan ook door aan Johan, onze cijferfetisjist. Johan neemt u aan de hand mee en zal stapsgewijs toelichten hoe zijn berekening van het Onvoorwaardelijk BasisInkomen (OBI) tot stand is gekomen.

De voorwaarden zijn gegeven. Zoals al aangegeven is zijn er veel verschillende invullingen van een basisinkomen. De gemeenschappelijke factoren zijn dat een basisinkomen onvoorwaardelijk is, dus geen verplichtingen kent en geen systeem van toeslagen (met uitzondering van FNV-ug, daarover later meer). Met andere woorden, mensen ontvangen geen huurtoeslag, kindgebonden budget, zorgtoeslag of hypotheekrenteaftrek (HRA) meer. Het inkomen moet garanderen dat de zorgverzekering betaald kan worden, dat fatsoenlijk gehuurd kan worden, een huis kan worden gekocht of geërfd en dat eventuele extra zorgkosten betaald kunnen worden. Daarnaast is het inkomen voldoende om te voorzien in eten, drinken, kleding en educatie voor een waardevolle toekomst.

In deel 4 volgen de berekeningen van verschillende benaderingen van het basisinkomen. Eén invulling bouwt voort op een idee dat door Milton Friedman is geformuleerd om de uitwassen van het private kapitalistische systeem enigszins te dempen. Deze treft u aan onder de naam garantie-inkomen. Een tweede variant is het onvoorwaardelijk basisinkomen (OBI). De derde variant is een systeem dat uitgaat van een vordering op de belastingdienst, het orgaan dat ook de betalingen zal overnemen. Dit systeem gaat dus uit van negatieve inkomstenbelasting en noemen we NegIB. De laatste variant wordt momenteel gehanteerd door het FNV uitkeringsgerechtigde, voor het gemak noemen we deze dan ook FNV-ug.

Nu er een omgeving is geschetst rond het skelet van een verzorgingsstaat met een garantie- of basisinkomen kan gekeken worden voor wie dit inkomen geldt. In deel 2 is gesteld dat dit geldt voor iedereen die juridisch gezien Nederlander is. Daarnaast hebben we gesteld dat het geldt voor iedereen vanaf het 18e levensjaar. We hebben het dan over 78% van de Nederlanders, 13,5 mln. mensen. Mensen onder de 18 tellen vanaf hun 16e mee voor 50%. Dat zijn nog eens 350.000 jongeren. Bent u in het bezit van eigen vermogen dan is dat geen belemmering, ook u hebt recht op een basisinkomen.

Om tot een definitieve berekening te komen dienen we allereerst te weten wat een mens minimaal nodig heeft. Volgen we het Nibud, dat in 2014 tot de conclusie kwam dat gezinnen met kinderen in de bijstand €50 per maand te kort komen, dan zou het betekenen dat er met een basisinkomen van ca. €984 per maand gerekend moet worden. Het Nibud komt in 2014 tot een gemiddeld bijstandsinkomen inclusief toeslagen van €1.809. In Longread 2 werd gesteld dat kinderen niet meetellen voor het basisinkomen. Het bedrag moet door twee gedeeld worden om het individuele basinkomen te bepalen. De inkomens zijn sinds 2014 overigens met 5,8% omhoog gegaan, de minima slechts met 1,7%. Wij hanteren in onze berekening de 5,8%. 

Iets eerder hebben we gememoreerd dat het basisinkomen ruimte moet bieden om je te ontwikkelen. Van het Nibud minimuminkomen blijft niets over. We beseffen ons dat daar geld bij moet en zullen dan ook verder rekenen met een basisinkomen van € 1100,00 per maand of € 13.200 per jaar. Door voor alle benaderingen hetzelfde bedrag te nemen worden de verschillen goed zichtbaar.

Basis voor de berekeningen die u krijgt voorgeschoteld is een overzicht van de Nederlandse bevolking samengesteld door het CBS. De verdeling met de inkomens per persoon van 2014 gebruiken we. De bevolking is daar in 100 gelijke groepen verdeeld met het gemiddelde inkomen van die mensen er achter. Toen waren we met 16.500.000 mensen, nu is de totale Nederlandse bevolking in 100 gelijke porties van 171.100 mensen verdeeld. Dit noemen we percentielscores. Onderstaand ziet u de grafiek van het CBS met de inkomensverdeling van Nederland. Het bijstandsinkomen van hierboven zit in het 41e percentiel. Dat betekent dat bijna 20% van de 13 mln. Nederlanders nu onder de bijstandsnorm zitten. Dat wordt anders als het basisinkomen wordt ingevoerd.

Wat we bovenstaand overzicht gedaan hebben? we hebben er een overzicht van gemaakt van de inkomens zonder AOW, ANW, ZFW, WAO/WIA, WW, PW/WWB/IOAW/IOAZ. We hebben dan een opgeschoonde inkomensverdeling. Daar gaan we de volgende keer mee verder werken.

Zoals gezegd gaan we vier verschillende methodieken vergelijken. Maar wat vergelijken we nu eigenlijk:

  1. huidige inkomensverdeling en besteedbare inkomen naar een eenvoudig format. Dat wil zeggen het huidige inkomen met de algemene heffingskorting waarover belasting wordt geheven volgens de huidige schijven. HRA, de hypotheekrenteaftrek, en andere belastingaftrekmogelijkheden worden niet meegenomen.
  1. opgeschoonde inkomensverdeling (zonder AOW, ANW, ZFW, WAO en WIA, WW, PW/WWB/IOAW/IOAZ) met een OBI waarover de passende belastingen betaald worden naar het huidige systeem.
  1. opgeschoonde inkomensverdeling met Bi waarbij FNV Uitkeringsgerechtigden het systeem van uitkeringen zoveel mogelijk wil handhaven. De sociale lasten worden gefiscaliseerd, wat betekent dat er een nieuwe meer progressieve belasting wordt geheven van 50-70%.
  1. opgeschoonde inkomensverdeling met garantie-inkomen volgens Milton Friedman. In dit voorbeeld wordt een vlaktaks gebruikt om de lasten van de staat te betalen. Dat betekent bruto-inkomen min belasting en plus garantie-inkomen als het inkomen lager is dan als het garantie-inkomen; als meer belasting betaald moet worden dan het garantie-inkomen alleen nog min belasting.
  1. Opgeschoonde inkomensverdeling met een negatieve inkomstenbelasting waardoor mensen onder het minimum belasting terug krijgen en mensen boven het minimum belasting betalen. Dat betekent bruto-inkomen plus uitkering als het inkomen onder de norm is, en belasting betalen als het inkomen boven de norm is.

Zo, genoeg uitleg om iedereen mee te laten kijken hoe de cijfers tot stand komen. Deel 4 met alle cijfertjes kunt u midden komende week tegemoet zien.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone
Watapatja

Auteur: Watapatja

Out of the box omdenker die graag zijn mening ventileert over allerlei onderwerpen met zwaartepunt sociale zekerheid, onderwijs en arbeidsmarkt. Motto; verbaas en verwonder, immers niets is wat het lijkt! Twittert onder de naam @Watapatjee

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.