De stem van het midden

Vandaag is de eerste dag dat we in navolging van Frankrijk en Duitsland de stem van het midden zouden moeten horen. Op meerdere plaatsen in Nederland hebben verontruste burgers zich getooid in een geel hesje om de straat op te gaan. Burgers die willen laten zien dat ze zich zorgen maken over de toekomst. Burgers die de gevolgen van het decennialange juk van het neoliberalisme voelen. Hoewel Nederland nog steeds één van de meest welvarende landen ter wereld is, moeten we constateren dat deze welvaart inmiddels geen evenwichtige verdeling meer kent. Primaire levensbehoeften als wonen, zorg, onderwijs, betaald werk, sociaal vangnet, toekomstperspectief en veiligheid zijn niet meer vanzelfsprekend. En laten dit nou net de zaken zijn die het grootste deel van de bevolking wil.

De statistiek leert ons dat het midden normaliter het grootste deel van de bevolking betreft, zie onderstaande grafiek.

In een democratisch land zou je dan ook verwachten dat de politiek een weergave is van deze grootste groep mensen. En dat is ook nog steeds het geval. Het grote midden van de politiek wordt gevormd door VVD, CDA, D66, PvdA, GroenLinks en CU. Partijen die onder verschillende namen na elke verkiezing in wisselende samenstelling het kabinet vormen sinds het begin van de vorige eeuw. De huidige maatschappelijke ontevredenheid zorgt wel voor een verschuiving, omdat mensen zich niet meer vertegenwoordigd voelen. Landelijk hebben we daar de opkomst en groei van FvD, PVV en aan linkerzijde de SP te danken. Lokaal is het gat met name ingevuld door kleine lokale partijen. Partijen die overigens door de media structureel weggezet worden als protestpartijen. Een hardnekkig stigma dat door de gevestigde orde is vertaald naar niet bekwaam. De waarheid gebiedt ook te zeggen dat het partijen zijn die inspelen op de maatschappelijke ontevredenheid op grond van het populistisch uitmelken van één of meer issues. De PVV is bijvoorbeeld de anti-Islam partij en de SP de partij van de armoedzaaier, waardoor ze een te kleine groep mensen aanspreken. Via de stembus is het dus niet te verwachten dat er verandering komt.

De verandering zal ook niet komen van de gevestigde partijen. Deze partijen zijn namelijk een verlengstuk geworden van het grootkapitaal. Tel daarbij op dat de mening van individuele politici ondergeschikt is geworden aan de kadaverdiscipline van het partijbelang en je komt tot de conclusie die Rutger van den Noort al trok in zijn column Nederland is een elitocratie geworden op collegablogsite Opiniez. De vraag die dan bij de burger rijst is of het nog wel zin heeft om ooit weer de gang naar de stembus te maken. Collectief stemmen op een protestpartij is namelijk ook niet wat het midden wil. Wegblijven en niet stemmen of gaan en blanco stemmen lijkt dan de enige oplossing.

De rol van de mainstream media kunnen we ook niet uitvlakken. Zij zijn verworden tot de speelbal van de politiek. Met name de NPO heeft goed invulling gegeven aan het uitmelken van niet ter zake doende issues, die de aandacht afleiden van het falen van hun broodheer uit het Haagse. Wie enkel naar de NPO kijkt denkt dat ons land gebukt gaat onder Zwarte Piet, genderproblematiek, kledingvoorschriften enz. Nietszeggende problemen die in geen verhouding staan tot het rijtje werkelijke problemen zoals benoemd in de eerste alinea.

Als er geen oplossing in zicht is via de stembus, zou je verwachten dat massaal demonstreren helpt. De demonstratie van vandaag bewijst weer eens dat de tijd van massale demonstraties in Nederland voorbij is. Logisch als je lijkt naar de geschiedenis. De grootste demonstratie ooit was gericht tegen de plaatsing van kernraketten door de NAVO. Het resultaat kennen we. De geringe opkomst van de gele hesjes heeft nog een andere oorzaak, namelijk de polarisatie. In de normaalverdeling van Gauss hebben we gezien dat beide extremen worden gevormd door maximaal 16% van de mensen, waarvan de echt extremen slechts 2,5% bedragen. Met behulp van de huidige social media weten deze extremen, zowel rechts als links, iedere demonstratie te kapen. Het gevolg is dat het grote midden zijn stem kwijt is en niet geassocieerd wenst te worden. Wie vandaag meeliep met een geel hesje werd bij voorbaat weggezet als een rechts extreme racist. Dit werd overigens gevoed door Wilders aan de ene kant en policor links aan de andere kant. Een vreemde paradox aangezien beiden   ook een leefbare samenleving willen.

Inmiddels komen we tot een trieste conclusie. Demonstreren is geen weg meer om ons maatschappelijk ongenoegen te uiten en via de stembus zullen we ook geen verandering teweegbrengen. De stem van het midden is monddood gemaakt. De stem van de meerderheid die normaalgesproken de basis vormt voor een democratie, is een meerderheid geworden die de elitocratie faciliteert. Een impasse die niet te doorbreken lijkt. Ondertussen neemt de maatschappelijke onrust toe. De geschiedenis leert dat dat slechts kan leiden tot een revolutie, die dan gepaard zal gaan met het nodige geweld. De voortekenen in Frankrijk zijn wat dat scenario betreft niet best. Laten we hopen dat onze bestuurders tijdig tot inkeer komen en weer de stem van het midden gaan vertegenwoordigen.

Watapatja

Auteur: Watapatja

Out of the box omdenker die graag zijn mening ventileert over allerlei onderwerpen met zwaartepunt sociale zekerheid, onderwijs en arbeidsmarkt. Motto; verbaas en verwonder, immers niets is wat het lijkt! Twittert onder de naam @Watapatjee

Eén gedachte over “De stem van het midden”

  1. Interessant – ik denk trouwens dat revoluties eigen zijn aan de samenleving. De vraag is alleen, wat worden de middelen. Het is wat gechargeerd om er van uit te gaan dat er van geweld gebruik gemaakt gaat worden. Wel even over dat merkwaardige hybride woord elitocratie (een Grieks-Franse mengvorm). Daar bestaat al millennia een woord voor: oligarchie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.