Gelijkheidsdenken

Gelijkheidsdenken

Gelijkheidsdenken zorgt voor het weggooien van waardevolle verschillen om onrealistische doelen te bereiken

Men streeft meer dan ooit tevoren naar gelijkheid in de maatschappij. Nieuwe generaties feministen en humanrightwatchers staan op en verkondigen door middel van frappant activisme hoe en waarom ieder mens gelijke rechten heeft. Het vrijwel onmogelijke ideaal ‘gelijkheid’ komt voort uit het met mededogen aanzien van de verdrukking van minderheden. Het idee is dat wanneer er gelijkheid heerst, dat een bepaalde rust zou geven. Maar klopt dat? Is gelijkheid beter dan ongelijkheid?

Deze schreeuw om gelijkheid heeft zijn wortels in de verlichting en het humanisme, de uiting van het gelijkheidsbeginsel zelf ligt in de jaren 60, toen de jongeren en vrouwen meer inspraak wilde krijgen in de huidige samenleving. Gevolgen daarvan waren het vrouwenkiesrecht en meer onderwijsinspraak, maar ook het verval van gezag in vrijwel elke bevolkingslaag, echtscheidingsexplosies en meer nadelige gevolgen van de grenzeloosheid. Naast dat gelijkheid voor ieder mens beter zou zijn, zaten er dus ook (onvoorziene) gevolgen aan vast.

Kan je zeggen dat het streven naar gelijkheid voor meer rust zorgt? Volgens mij is door het gelijkschaven van functies de gewenste rust komen te vervallen. De mogelijkheden zijn in deze tijd meer dan ooit tevoren en guess what – de millennials hebben aan de lopende band last van existentiële crisissen, besluiteloosheid en gebrek aan levensdoelen (mocht je als millennial zijnde last hebben van een gebrekkig historisch besef en kan je verveling van de realiteit niet meer aan, dan kan je altijd nog feminist, anti-PVV’er of man-in-minirokje worden, maar dat ter zijde).

Laatst ontstond er behoorlijke ophef over een stuk van Esther van Fenema, waarin zij de oerfunctie van de man aanhaalde en bepleitte. Veel schrokken daar erg van en snapten nada noppes niente van die redeneringen. Feit is, dat bijna niemand meer die invalshoek naar functies kent; er was feitelijk niets remarquabel aan dat stuk. Je moet alleen niet over de verschillen tussen de man en vrouw beginnen, want dan pleeg je een moord. Neem dan Herman Finkers, die in zijn optredens juist vaak naar voren laat komen: ontdek de verschillen, zie dat juist die ongelijkheid rust geeft bij elkaar én omarm dat.

In bovenstaand voorbeeld zie je naar voren komen dat er soort van verschiltaboe is ontstaan. Door het streven naar gelijkheid moet er niet iemand doorheen komen die juist die verschillen benadrukt, dan ben je sowieso een racist, vrouwenhater, of vieze PVV’er [vink aan wat van toepassing is]. Maar zolang er mensen zijn (en er dus een normale gezonde rangorde heerst), is er een realistische ongelijkheid. Streven naar gelijkheid zorgt voor de onvermijdelijke handeling van weggooien van feiten en verschillen (ook wel, jaja: wegkijken). Of zoals Murray Rothbard het gelijkheidsideaal bekritiseerde: ‘Their methodology and their goals deny the very structure of humanity and of the universe, the egalitarians are profoundly antihuman’.

Ik zeg dus niet dat het gelijkheidsbeginsel op zichzelf een slecht en een waardeloos systeem is, laat die disclaimer duidelijk zijn. Maar aan gelijkheid zelf zijn zeker grenzen gebonden en die probeer ik hier aan te geven, namelijk: overal gelijkheid invoeren zorgt voor functieverloedering en ontlopen van doel en realiteit.

door Judith Vos
Student Animal Sciences (WUR). Heeft een conservatieve mind en doet pogingen tot paradoxen verklaren. Geïnteresseerd in filosofie en cultuurhistorie. Zanikt op Twitter onder de naam @judithvoss


Meer artikelen in deze categorie:
[catlist categorypage=”yes”]


Verbraak

Auteur: Verbraak

Auteuriteit. Twittert onder de naam @Verbraak

Eén gedachte over “Gelijkheidsdenken”

  1. Je hebt gelijkt dat er een soort “verschiltaboe” is ontstaan. Het woord “discriminatie” bv heeft vandaag een slechte naam terwijl discrimineren in essentie niets anders is dan “een onderscheid maken”, maw: het verschil zien tussen dingen en dat gegeven meenemen in je beslissing om al dan niet te handelen.

    En verschillen zijn er wel degelijk. Elke mens is immers een uniek wezen met een unieke combinatie aan fysieke en mentale mogelijkheden, dromen, wensen en verlangens, angsten en trauma’s, eigen inzichten,… En elke mens handelt in een unieke situatie in termen van omgevingsfactoren. In die zin is het dus niet alleen absurd om een utopische “gelijkheid” als ideaal te nemen, ook de light versies van het gelijkheidsideaal zoals “gelijke kansen” of “inkomensgelijkheid” zijn niet conform de realiteit.

    We moeten ons dan afvragen waarom er toch nog mensen zijn die zo krampvastig blijven vasthouden aan dat gelijkheidsidee. Cruciaal hierbij is het inzicht dat wat men bedoelt met het woord “gelijkheid” doorheen de geschiedenis van betekenis is veranderd. Wanneer Thomas Jefferson schreef dat “all men are created equal,” bedoelde hij dit niet in de betekenis van het hedendaagse egalitarisme. Hij hield hierbij geen pleidooi voor al die zaken die vandaag de dag door egalitaristen geëist worden zoals “gelijke kansen”, herverdeling, subsidies,… Integendeel!

    Wanneer men vroeger sprak over gelijkheid of equality dan verstond men daaronder “equality before the Law”. Onder het mercantilistische systeem van weleer haalde de Staat een deel van haar inkomsten uit de verkoop van privileges. Het ging dan bv om het monopolie op de handel in specifieke waren in een specifiek gebied of bv de garantie dat de Staat niet zou optreden tegen bepaalde activiteiten die anders als crimineel werden beschouwd. De ene man was een piraat en werd dus als crimineel aangepakt. De andere man had een vrijbrief van de Staat op zak en werd dus als kaper met rust gelaten.

    Het is tegen dit gesystematiseerd onrecht dat men in opstand kwam. “Gelijkheid” betekende: Een daad van onrecht is en blijft een daad van onrecht of je die nu pleegt met of zonder toestemming van de Staat. Diefstal is diefstal en kan niet door de beugel zelfs al heb een vrijbrief van de Staat gekocht.

    Concreet vertaalde dit protest zich meestal in een pleidooi voor de “rechtstaat”; een systeem waarbij een beperkte overheid één taak heeft: de bescherming van eenieders eigendomsrecht.

    Een beperkte overheid met weinig middelen en een zeer nauw afgebakend takenpakket is natuurlijk niet interessant voor al wie het staatsapparaat bevolkt of het voor zijn eigen doelen wil inzetten. Het kapen van het oorspronkelijke pleidooi voor “equality before the Law” en het geven van de egalitaristische invulling aan het woord “gelijkheid” is onderdeel van de steeds toenemende expansie van het staatsapparaat, zowel in omvang, kost als invloedssfeer.

    Het egalitaristische gelijkheidsideaal is onhaalbaar. De meeste voorstanders ervan beseffen dat zelf ook wel. Door dit gelijkheidsideaal echter als doel te stellen en het staatsapparaat te benoemen tot middel om dit onbereikbare doel te bereiken, heeft de Staat een voorwendsel om steeds verder door te dringen in ons dagelijks leven, meer controle over ons te proberen uitoefenen en meer geld en middelen aan ons te onttrekken.

    Yuri Maltsev schreef ooit dat in de Sovjet Unie vrijwel niemand van de apparatsjiks zelf in het Marxisme geloofde: “It was not necessary that they do so, for Marxism was a means of political rent seeking and of coercive control, not a body of ideas held to by honest men.”

    Hetzelfde geldt in onze Westerse verzorgingsstaten. Achter het egalitaristische pleidooi voor gelijkheid en herverdeling schuilt soms onwetendheid en afgunst, maar meestal gewoon de drang om zichzelf te verzekeren van een lucratief postje binnen het herverdelingsapparaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.